Schadevergoeding voor slachtoffers schietpartij Alphen aan de Rijn

Schadevergoeding voor slachtoffers schietpartij Alphen aan de Rijn

Iedereen herinnert zich nog de schietpartij in het winkelcentrum in Alphen aan de Rijn in 2011. Tristan van der V. schoot zes mensen dood, verwondde zestien mensen en pleegde daarna zelfmoord. Gister heeft het gerechtshof in Den Haag uitspraak gedaan in de zaak die door de slachtoffers was aangespannen tegen de politie. De rechtbank oordeelde dat de slachtoffers geen recht hadden op schadevergoeding, maar in hoger beroep dacht het hof daar anders over. Het heikele punt in deze zaak is het zogenaamde relativiteitsvereiste. In deze blog leg ik uit wat dat inhoudt en welke rol dat speelde in deze zaak.

Het relativiteitsvereiste
Dat iemand onrechtmatig heeft gehandeld, wil nog niet direct zeggen dat het slachtoffer recht heeft op een schadevergoeding. De norm die is overtreden door de dader, moet wel het doel hebben om de belangen van het slachtoffer te beschermen. Dat klinkt ingewikkeld, en ik zal het uitleggen met een voorbeeld. Het bekendste voorbeeld van het relativiteitsvereiste gaat over een schip met de naam Linda. De Linda was al een vrij oud schip, en moest opnieuw gekeurd worden. Die keuring werd gedaan door een keuringsinstantie van de staat. Het schip werd goedgekeurd, en kreeg een certificaat voor de komende 7 jaar. Maar na een jaar ging het al mis. De bodem van de Linda bleek verroest, en het schip zonk. Dat gebeurde ‘s nachts, en daarbij raakten ook drie andere drijvende installaties beschadigd. De eigenaar van die drijvende installaties stelde de staat aansprakelijk, omdat de keuringsinstantie van de staat niet had opgemerkt dat de bodem van de Linda verroest was. De keuring zou niet zorgvuldig uitgevoerd zijn.

De Hoge Raad oordeelde dat de staat niet aansprakelijk is voor de schade van de eigenaar van die drijvende installaties. Het klopt dat de keuringsinstantie de keuring zorgvuldig moet uitvoeren, en dat het onrechtmatig is wanneer dit niet gebeurt. Die keuring heeft echter als doel om de algemene veiligheid van het scheepvaartverkeer te beschermen. Het doel van de keuring is niet om anderen te beschermen tegen vermogensschade. De schade van de eigenaar van de drijvende installaties is vermogensschade: zijn installaties zijn beschadigd en zijn daardoor minder waard. Hij kan dit dus niet verhalen op de staat. Hij zou eventueel wel de eigenaar van het schip Linda kunnen aanspreken, maar in deze zaak had dat weinig zin. De eigenaar van de Linda had namelijk niet voldoende geld om de schade te betalen.

Omdat de keuring er alleen is om de algemene veiligheid van de scheepvaart te beschermen, kon de eigenaar zijn schade dus niet vergoed krijgen. Er was niet voldaan aan het relativiteitsvereiste.

Alphen aan de Rijn
Ook in deze zaak speelt de vraag of is voldaan aan het relativiteitsvereiste. Het staat vast dat de politie een fout heeft gemaakt. Tristan van der V. had namelijk niet een verlof mogen krijgen (dat is een wapenvergunning). Hij had in 2005 al een aanvraag gedaan, die was afgewezen omdat hij in het verleden iemand had bedreigd met een luchtwapen. Toen hij in 2008 opnieuw een aanvraag deed, werd onterecht niet gezien dat hij eerder was afgewezen. Hij kreeg toen wel een verlof. Als de politie deze fout niet gemaakt had, had hij geen verlof gekregen, en had hij niet de wapens kunnen kopen die hij gebruikte bij de schietpartij in 2011. De politie hoort aan zorgvuldige besluitvorming te doen bij de verlening van een verlof. Dat is de norm die zij hebben geschonden.

Degenen die deze zaak hebben aangespannen zijn de slachtoffers die geraakt zijn door kogels, nabestaanden van de overledenen, ooggetuigen en winkeliers die materiële schade aan hun winkel hadden. De vraag is of de geschonden norm (dat de politie aan zorgvuldige besluitvorming moet doen bij een verlofaanvraag) beschermt tegen hun schade. De rechtbank vond dat dat niet zo is, omdat de norm strekt tot de bescherming van de algemene veiligheid, het reguleren van legaal wapenbezit en het voorkomen van illegaal wapenbezit. De slachtoffers zouden daar dus geen rechten aan kunnen ontlenen.

Het hof is het daar niet mee eens. In de Wet Wapens en Munitie (WWM) staat dat bij een verlofaanvraag gekeken moet worden of er vrees is dat de aanvrager misbruik zal maken van wapens. Als er ook maar een beetje vrees is voor misbruik, moet de aanvraag worden afgewezen. Het hof heeft vervolgens gekeken naar de geschiedenis van de Wet Wapens en Munitie en de voorganger, de Vuurwapenwet 1919. Volgens het hof blijkt uit die geschiedenis dat het doel van die wetten, naast het reguleren van wapenbezit, ook het voorkomen van slachtoffers is. Daarom is het hof van mening dat de geschonden norm ook beschermt tegen schade van slachtoffers door het misbruik van vuurwapens. De vordering tot schadevergoeding wordt daarom toegewezen.

Deze uitkomst staat nog niet helemaal vast. De politie kan namelijk nog in cassatie gaan bij de Hoge Raad.

Recht of krom?
Ik vind het lastig om te beoordelen of deze uitspraak recht of krom is. Het is natuurlijk onvoorstelbaar wat de slachtoffers van deze schietpartij hebben moeten doorstaan. Het is vreselijk wat hen is overkomen, en ik kan mij voorstellen dat een schadevergoeding enige verzachting van hun leed zou kunnen betekenen. De politie heeft toch een fout gemaakt? Dan lijkt het alleen maar eerlijk dat zij alle schade die daardoor is ontstaan, moeten vergoeden. Maar juridisch is dat niet zo. Het relativiteitsvereiste is een lastig leerstuk, en het kan tot resultaten leiden die niet-juridisch gezien onrechtvaardig aanvoelen.

Ik heb dan ook enkele vraagtekens bij de uitleg van het gerechtshof dat er hier wel is voldaan aan het relativiteitsvereiste. Dat geldt vooral voor de winkeliers die ‘alleen maar’ materiële vermogensschade hebben geleden. Het gaat dan bijvoorbeeld om ruiten en winkelvoorraden die zijn beschadigd door de kogels. Ik ben van mening dat de Wet Wapens en Munitie niet het doel heeft om daartegen te beschermen. Het voornaamste doel is om het wapenbezit te reguleren en de veiligheid te beschermen. De materiële schade van de winkeliers valt daar naar mijn mening niet onder.

Ik ben dan ook erg benieuwd of de politie in cassatie gaat, zodat de Hoge Raad zich er over kan buigen. De Hoge Raad kan dan als hoogste rechterlijke instantie in Nederland oordelen of voldaan is aan het relativiteitsvereiste of niet.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *