Gerechtshof verbiedt speciale rookruimtes in horeca

Gerechtshof verbiedt speciale rookruimtes in horeca

De afgelopen dagen is er veel te doen over roken. Afgelopen week deed de Nederlandse Vereniging van Kinderartsen aangifte tegen de tabaksindustrie wegens mishandeling met de dood tot gevolg. Kinderen zitten vaak in de rook van hun ouders of andere rokers, en kunnen zich daar zelf nog niet tegen weren. Daarom willen de kinderartsen voor hen opkomen. Vandaag werd bekend dat ook drie huisartsenverenigingen zich aansluiten bij die aangifte tegen de tabaksindustrie. Tot slot deed het gerechtshof in Den Haag vandaag uitspraak in een zaak over speciale rookruimtes in de horeca. Het hof kwam tot het oordeel dat de Nederlandse staat onrechtmatig handelt door die ruimtes toe te staan.

De rechtszaak
De Nederlandse nietrokersvereniging CAN (Club Actieve Nietrokers) had de rechtszaak aangespannen. Zij hebben de Nederlandse staat gedagvaard wegens onrechtmatig handelen. Volgens CAN houdt de staat zich niet aan internationale afspraken die zijn gemaakt. Het gaat daarbij om het WHO-kaderverdrag inzake tabaksontmoediging. Dit verdrag geldt sinds 2005 in Nederland, en er staan internationale afspraken in die de staat verplichten bepaalde maatregelen te nemen. De rechtbank gaf CAN ongelijk, maar ze zijn in hoger beroep gegaan. Daarin heeft het hof ze wel gelijk gegeven.

Het verdrag
Artikel 8 van het WHO-kaderverdrag verplicht onder andere tot het beschermen tegen rook in indoor public places. Het hof moest bepalen of de speciale rookruimtes in de horeca zo’n indoor public place is. Het hof oordeelt daarover dat de rookruimtes, net als de club of het cafe waar zij in zitten, voor het publiek toegankelijk zijn. Dat zorgt ervoor dat die ruimtes ook onder indoor public places vallen, en dat de staat dus verplicht is mensen te beschermen tegen rook in die ruimtes.

Verdere overwegingen van het hof
Het hof geeft nog een aantal andere redenen waarom de rookruimtes niet toegestaan zijn. Zo komt het vaak voor dat een bezoeker die zelf niet rookt, met zijn wel rokende vrienden meegaat naar de rookruimte. De niet-rokers kunnen daardoor sociale druk voelen om de rookruimte in te gaan met hun vrienden. Dat is in strijd met het doel van het WHO-verdrag dat openbare gebouwen toegankelijk moeten zijn voor iedereen, zonder te hoeven vrezen voor blootstelling aan tabaksrook.
Daarnaast benoemt het hof dat een rookruimte nooit helemaal afgesloten is. Mensen lopen in en uit, en dan ontsnapt er elke keer rook naar buiten. Dat zal dan wel een kleine hoeveelheid zijn, maar volgens het hof is geen enkele hoeveelheid tabaksrook onschadelijk.
Tot slot heeft het hof genoemd dat werknemers de rookruimte in moeten om op te ruimen en schoon te maken na sluitingstijd. Zij hoeven niet in een rookruimte te werken als die gebruikt wordt, maar na sluitingstijd hangt er ook nog steeds tabaksrook. Werknemers moeten daartegen beschermd worden.

En nu?
De uitspraak is vandaag gedaan, wat betekent dat de staat eventueel nog in cassatie kan gaan tegen de uitspraak. Dan zou de Hoge Raad zich er nog over moeten buigen. Als de staat dat niet doet, dan betekent het dat het roken in rookruimtes echt verboden is. Dan zou de wetgever de Tabaks- en rookwarenwet moeten aanpassen, want daarin staat nog dat roken in die ruimtes wel is toegestaan.

Recht of krom?
Deze uitspraak zal voor horeca-eigenaren een flinke tegenslag zijn. Sommige cafés en clubs hebben grote rookruimtes, waar veel geld in is geïnvesteerd. Dit verbod zou met zich brengen dat al die rookruimte weer afgebroken kunnen worden. Ook voor rokers zal het waarschijnlijk minder fijn zijn, zij moeten nu echt buiten gaan roken.
Toch vind ik de uitspraak wel terecht. Men wordt zich er nog steeds meer van bewust dat roken schadelijk is. Dit blijkt al uit het feit dat huisartsen en kinderartsen aangifte doen tegen de tabaksindustrie. Bovendien is de Nederlandse staat zelf de verplichting aangegaan om mensen in openbare ruimten te beschermen tegen rook. Dan is het inderdaad onrechtmatig om daar zomaar een uitzondering op te maken, door rookruimtes wel toe te staan. En het is natuurlijk ook waar dat werknemers de rookruimte in moeten om schoon te maken, en dat er ook dan nog rook hangt. Het hof benadrukt dat ook kleine hoeveelheden rook al schadelijk zijn, en dus moeten werknemers daartegen beschermd worden.
Ik vind deze uitspraak daarom recht.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *